‘Het lam van God’, 12 mei 2019

Johannes 1: 29
Jeremia 31: 15 – 17
Lucas 15: 1 – 7
Openbaring 7: 9 – 17

Gemeente,

In Gent, België, in de Sint-Baafskathedraal, staat een groot altaarstuk opgesteld. Het bestaat uit 12 panelen. In het middenstuk onder wordt een landschap geschilderd. Daarin komen vanuit vier richtingen mensen samen komen in de groene weiden en de bosschages. En op de achtergrond aan de horizon zijn steden zichtbaar waarin kerken met hun torens domineren. Zij bepalen de skyline. Daaronder in het midden ook de domtoren in Utrecht. En waar niet de kerktorens de lucht insteken zijn er de cipressen, pijnbomen, en ook palmen die naar boven wijzen. Een Zuid-Europees, Italiaans landschap. Wie kent het altaarstuk niet?

Deze groepen mensen naderen een altaar midden op het grasveld. Maar ze blijven op afstand. Het altaar wordt omgeven door een groep geknielde engelen in aanbidding. Ook zij blijven op afstand. Op het altaar een jong schaap. En boven dit hele tafereel een zon dat een hemels licht verspreidt over al deze mensen en over het lam dat op het altaar staat. En in de zon een duif

Dat is geen zielig of aandoenlijk lam. Het staat er zelfbewust en kijkt recht, als je dat zou mogen zeggen, in de camera, naar de toeschouwer. En uit de kop van het dier straalt ook weer licht. En dan ten slotte stroomt er uit zijn borstkas een straaltje bloed dat wordt opgevangen in een schaaltje. Het lam Gods van de gebroeders van Eyck, van Hubert en Jan.

Agnus Dei qui tollit peccata mundi. Bijna hoor je de muziek waarin componisten deze woorden tot klank hebben gebracht. Het lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt. Zo zei Johannes de Doper.

Het is een tafereel waarin het aardse en het hemelse verbonden worden. Want hoe beeld je zoiets af? De gebroeders Van Eyck zagen het gebeuren in de natuur – de natuur op zijn mooist, weg van de stad en de bebouwing die op de achtergrond blijven. Hier toont het lam zich. De mensen worden uit die gebouwen, kerken en paleizen en armenhutjes weggetrokken, de natuur in. Daar gebeurt het wonder waaraan ze part nog deel hebben, maar dat zich wat voor hun ogen afspeelt. Wat speelt zich daar dan af?

Laten we zeggen: verzoening. Waarom dan verzoening? Nou, dat is wel te begrijpen. De verzoening tussen aarde en hemel. We weten natuurlijk best dat we het op aarde niet allemaal even goed geregeld hebben. En dat is vriendelijk gezegd. En als je je dan voorstelt, alleen maar voorstelt hoe het beter zou kunnen zijn, iets minder inhalig, iets meer hemels, dan besef je ook wel dat er nogal een discrepantie bestaat tussen die hemelse visie en de aardse werkelijkheid. Dat die twee niet zo makkelijk op elkaar te passen zijn. Twee werelden die zover uiteen liggen. Zover dat heel velen het opgegeven hebben om te geloven in het sprookje van de hemel. En als er dan toch iets gebeurt waaruit iets van die hemel blijkt, een teken, kan dat wel samen? Hoe moet je je dan opstellen?

Zijn er dan van die tekens? Dat moet je je dan toch eerst afvragen? Zie je ze weleens? Op zo’n vraag kun je heel cynisch reageren. Ik zie het echt niet, nooit. Maar misschien ben je dan wel een beetje blind. Laten we zeggen, telkens als mensen zich om elkaar bekommeren, dan is dit een teken dat er iets van een hemel is. Telkens als er vrede wordt gesloten tussen mensen en tussen volkeren, dan is dat een teken dat er meer is dan alleen verblinding en naijver tussen mensen, telkens wanneer het zaad opschiet in het voorjaar, wanneer de natuur tot bloeien komt dan is dat een teken. Het goede dat ons ten deel valt is een teken. Het is een teken dat we kunnen oppakken om het te verspreiden, groter te maken. De hemel spreekt. Laten we niet blind zijn.

En zien we toch niet goed, dan is daar het schaap dat recht in het gezicht van de toeschouwer kijkt. Zo wordt de toeschouwer ook een van de groepen mensen die het altaar naderen. Wat mij nog het meest treft in deze voorstelling van het lam Gods is iets dat niet geschilderd is, iets dat je bij andere laat-middeleeuwse schilders wel vindt, bij Lucas van Leyden bijvoorbeeld. De tegenstelling wie naar de hemel gaat en wie naar de vurige hel. Daarvan is op dit altaarstuk geen sprake. Je wordt niet gedreigd met helse pijn. Je wordt slechts aangekeken. Waar sta jij? Ben ik van betekenis voor jou?

Het is het verhaal van het lam. Er is nog een ander verhaal, van een ander lam. Het verhaal dat niets verloren hoeft te gaan. En als iets verloren dreigt te gaan dan wordt ernaar gezocht tot het gevonden is. Het is het verhaal van de verloren zoon, het verloren penninkje, van het verloren schaap. Dat schaap is dan een beeld voor wie de weg is kwijtgeraakt, zoals de verloren zoon.  Er heeft dan een omkering plaats gevonden. Het schaap is nu niet meer degene die kijkt en zoekt, maar degene die wordt gezocht. Wanneer het wordt gevonden, wordt het gedragen. Dat is ook een beeld hoe de zonden van de wereld worden weggedragen. Ze worden opgenomen door de herder. Door het schaap op de schouders te leggen wordt het weggeleid van de plaats waar het ongelukkig was. Door het te verzorgen, door barmhartigheid te bewijzen. Zo worden de zonden der wereld overwonnen. Wil dit de blik van het lam op het altaar zeggen? Is het een zoekende blik? Een blik die herkenning zoekt bij degene die wordt aangezien? De blik van barmhartigheid? Is er verwantschap tussen ons? Kun je ook hier komen staan op het altaar in het stralende licht van de hemel?

In ieder geval was er in de hemel vreugde om de terugkeer van de mens die verloren leek. Wat heeft die mens er zelf aan gedaan? Niets. Hij werd gevonden. Jezus van Nazareth eet met tollenaars en zondaars. Hij maakt geen verschil tussen wij en zij. Of misschien toch wel en is het wij net ietsje minder belangrijk dan het zij. Zo doet hij moeite om het verlorene bij zich te halen, brengt hij het offer van zijn leven. Zo draagt hij de zonde weg. Door het niet aan te rekenen. Eigenlijk door het als een niets te schouwen. Het is van geen belang. Het is van veel meer gewicht om het leven te nemen zonder die ballast. Door te leven. Zo draagt hij het schaap op zijn schouders weg van het kwaad.

Daardoor wordt een offer gebracht. Want je kunt ook wegkijken, de andere kant opzien. Een offer wordt gebracht als je je niet laat misleiden door weg te kijken en je stekels op te zetten en de meest makkelijke weg te kiezen, maar door af te gaan op wie in nood is, wie verloren raakt en hem, haar aanvaardt, hem draagt, wie waarheid doet en gerechtigheid.

Even heel concreet. Wie Jezidi-vrouwen dreigt weg te sturen uit Nederland, die laat zich misleiden, en waardoor? Door gemakzucht, onbegrepen eigenbelang of alleen door ambtelijke regels of misschien wel door opdrachten van hogerhand?

In die tekst uit het boek Openbaring dat is gelezen wordt gevraagd wie diegenen zijn die in het wit gekleed zijn. Het antwoord luidt: dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Sturen wij die terug? Richten wij hier dan ook verschrikkingen aan? Die van de onbarmhartigheid, van de gevoelloosheid?

We hebben ook dat stukje van Rachel gelezen uit het boek Jeremia. Rachel is de aartsmoeder van een volk dat de verstrooiing is ingeleid en daarom weent, weent om haar kinderen die niet meer zijn. De kindermoord van Bethlehem is daarop geïnspireerd. En de naam Rachel betekent ooilam, een jong vrouwelijk schaap. Nu krijgen we opnieuw een ander beeld te zien. Nu is dat schaap de moeder geworden dat haar kinderen mist, dat de verschrikkingen van het leven moet doorstaan. En dan krijgt Rachel antwoord. ‘Droog je tranen. Je zorg voor hen wordt nu beloond. Ze keren terug uit het land van de vijand.’ Ook hier de terugkeer. Het terugleiden van de kinderen uit de ballingschap.

Hoe vaak echter is dat in werkelijkheid niet meer mogelijk? Maar steeds opnieuw is hier sprake van een terugkeer.

En dit is ook het geval in die voor ons misschien zo vreemde tekst uit Openbaring. Daarin is sprake van een hemelse setting. Van de verering van God gezeten op een troon. En van het lam dat daar aanwezig is. Het lam dat de zonde der wereld wegdraagt. Het is opvallend dat het in deze teksten helemaal niet persoonlijk wordt toegespitst. Het gaat niet om mijn zonden of die van u. Het gaat om de verschrikkingen van de wereld. Daaraan dragen wij ook ons steentje bij, vergis je niet. Maar daarop is de aandacht niet gericht. Het gaat om de zonde van de wereld die wordt weggedragen. En dat op zo veel manieren. Door het lam, door de herder, door de Eeuwige die Rachel troost. Soms is het lam degene die treurt, en dan weer degene die wordt gezocht en erbij gehaald, en dan weer degene die zelf het offer brengt en ons aanziet.

Het is een vreemde tekst daar in Openbaring. Maar degene die daar wordt vereerd is degene die ons uit de put trekt van de verschrikkingen die het leven ons kan aandoen. Dat is het paasmotief. Dat is het motief dat bij alle vreselijkheden van de wereld er een kracht is om ons daaruit weg te trekken. En die ons uitnodigt daaraan mee te doen. Het lam kijkt ons aan. Waar sta jij?

Amen