28 november 2018

Kerstfeest

Geschreven door Pieter Korbee

Hoe diep verankerd is het kerstfeest in het christendom? Heel diep zou je zeggen. We kunnen ons het kerkelijk leven niet voorstellen zonder. Ik ben het hiermee eens, maar met een kanttekening.

De afgelopen weken is in de najaarslezingen stilgestaan bij het Marcusevangelie. Hierin geen kerstverhalen. Ook Maria, de moeder van Jezus, vervult een andere rol. Ze komt wel voor in het evangelie. Maar ze wordt niet hartelijk omarmd. ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broeders’ klinkt het uit de mond van haar zoon. Jullie die de wil van God doen zijn mijn broer en zuster en moeder. Bijna zou je denken dat Maria daar niet toebehoort. Lucas en Matteüs doen hun best om dit beeld recht te zetten. Maria vervult bij hen een centrale rol en zij vertellen ook dat Jezus in Bethlehem is geboren. Hij stamt immers uit de familie van David, de koning van Israël? Marcus stelt hierbij een kritische vraag: Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat de Messias een zoon van David is? Hoe kan de Messias zijn zoon zijn? Afgeserveerd wordt deze opvatting, zou je zeggen. Over Bethlehem hoor je geen woord.

Hoe zou Marcus over onze kerstvieringen gedacht hebben met het kindeke Jezus? Er komt nu een antwoord bij me op die ik niet zal opschrijven. Wel iets anders.

De geboorte van Jezus

Over kinderen wordt in Marcus’ evangelie toch iets verteld. Dan gaat het om de bescherming van kinderen. Zelfs twee keer. Ook nog een andere kwestie komt in dit evangelie meer keren aan de orde. Dit betreft de discussies tussen Jezus’ leerlingen wie van hen een vooraanstaande plaats mag innemen. Ze waren niet ongevoelig voor de onderlinge rangorde. Bij één van deze discussies pakt Jezus een kind op en zet het midden in hun kring. Het kind komt de eerste plaats toe. Dan zegt hij: Wie een kind op deze manier opneemt, die neemt mij op en de vader die mij gezonden heeft. Zo wordt de vraag naar de rangorde beantwoord. Door de bescherming en de verzorging van het kind neem je God op. Dichter bij God kun je niet komen. Door zo te handelen – door te dienen, zegt Jezus – neem je een vooraanstaande plaats in. Maar wat is dan een vooraanstaande plaats? Laten we liever zulke woorden niet gebruiken. Dat wordt toch bedoeld als wordt gezegd: de eerste zullen de laatsten zijn? Rangorde wordt door iets anders bepaald. Laat de kinderen bij me komen. Aan mensen zoals zij behoort het koninkrijk van God. Dit wordt gezegd wanneer de kinderen voor de tweede keer ter sprake komen. De leerlingen worden uitgedaagd om open te staan voor het koninkrijk zoals een kind doet. Zulk openstaan wil zeggen dat je bereid bent om het rijk eenvoudig te ontvangen, om zomaar opgenomen te worden in de kring. Je kunt het niet nastreven. Wie zo open staat is ver van vragen hoe dit na te streven, ver van organisatie, van succes, van de eerste willen zijn. Sta je ervoor open dan komt het op onverwachte wijze tot je.

De leerlingen staan voor twee uitdagingen. Om de eerste plaats te gunnen aan wie zorg nodig heeft en om te zijn als kinderen die ontvangen.

De gedachte die eerder bij me opkwam en die ik niet wilde neerschrijven was: ik denk dat Marcus onze kerstvieringen zou bezien zoals Jezus de geldwisselaars zag in de tempel. Weg ermee. Maar dat denk ik nu niet meer. Ik denk dat hij de ogen van de kinderen zou zien; ogen die naar lichtjes in de kerstboom kijken; dat hij zou luisteren naar de kinderliedjes die worden gezongen en dat hij zou zien hoe zij kijken naar het kindeke in de kribbe. En ik denk dat hij zo heel graag zou willen kijken zoals zij doen.

Ik wens u gezegende kerstdagen toe.

Pieter Korbee

Gerelateerd